Veelgestelde vragen


Iedere dag zijn we bezig met verf advies en vragen op het gebied van technisch advies. Een overzicht van de belangrijkste begrippen is hier verzameld.
Gerichte technische vragen kunt u stellen via het contactformulier of info@wijzonol.com.

 

Begrippenlijst

Een overzicht van de meest gebruikte begrippen in alfabetische volgorde.

Aanzet
Rand waar twee streken verf aan elkaar grenzen.

Aantrekken/aanzetten
Zie drogen.

Absorberen
Opslorpen, in zich opnemen; b.v. absorptie van ultraviolette straling.

Adhesie
Natuurkundige (fysische) aantrekkingskrachten tussen verschillende stoffen. De hechting van verflagen en lijmen wordt o.a. bepaald door adhesiekrachten.

Afbladderen
Zie bladder.

Afkrijten/afpoederen
Zie krijten.

Aflak
Lak bestemd als afwerklaag in een systeem; afschilderverf of vernis.

Afwasbaar
Door wassen met water te verwijderen; b.v. afwasbare lijm.
Zie ook wasbaar.

Agressief
Aantastend; sterk oplossend werkende vloeistoffen, die als oplosmiddel in verven worden gebruikt, noemt men agressief.

Alkaliteit
Het bevatten van een meer of mindere grote hoeveelheid alkalische of basische stoffen, die verzepend werken op het bindmiddel van verschillende verven.

Alifatische koolwaterstoffen
Koolwaterstoffen, die weinig geur bezitten, zoals benzine en het grootste deel van terpentine.

Alkydhars
Condensatieproduct van één of meer twee- of meerbasische organische zuren en één of meer twee- of meerwaardige alcoholen, al of niet gecombineerd met één basische organische zuren.

Ammonia
Oplossing van het gas ammoniak in water.

Ammoniak
Kleurloos gas met sterk prikkelende geur.
Formule NH3

Analyse
Ontbinding van stoffen in hun bestanddelen.

Applicatie
Aanvulling en ook aanbrengen. Het aanbrengen van enige lagen stof over elkaar en het aanbrengen van verf en kunsthars.

Arbeidsinspectie
Een overheidsdienst, ressorterende onder het Directoraat-generaal van de Arbeid van het Ministerie van Sociale Zaken, die belast is met het toezicht op de naleving van o.a. de Veiligheidswet en het Veiligheidsbesluit Fabrieken of Werkplaatsen.
De Arbeidsinspectie heeft tien districtskantoren.

Aromaten
Geurgevende producten. De aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, xyleen e.a.) vormen een aparte groep in de koolwaterstoffen.

Asbestine
Delfstof; zeer wit poeder dat in witte en gekleurde veren wordt gebruikt als versnijdingsmiddel ter gedeeltelijke vervanging van pigmenten.

Atmosfeer
Dampkring om de aarde.
De druk van de lucht; deze is 1033 kg op 1 cm2. Voor een technische atmosfeer rekent men een druk van 1kg/cm2.
Omgeving of milieu waarin iets of iemand verkeert.

Atomen
Kleinste deeltjes of bouwstenen van alle stoffen. Stoffen die bestaan uit één atomen, heten elementen; alle andere stoffen bestaan uit twee of meer verschillende soorten atomen.

Bar
Eenheid van luchtdruk; 750, 1 mm kwik bij 0° op 45° breedte.

Barst
(in verflaag) Breuk, scheur.
Voor de verschillende typen van barsten (o.a. mozaïekbarsten, craquelé, kraaienpootjes, krokodillenhuid) en voor barstschalen wordt verwezen naar ISO 4628

Base
Loogachtige stof, zoals natronloog, kaliloog, ammonia e.a.

Beits
De benaming beits, houtbeits of buitenbeits wordt tegenwoordig soms gebruikt voor dekkende, al dan niet conserveringsmiddel of verduurzamingsmiddel bevattende verven voor hout.
Volgens de definitie van beitsen moet een beits echter transparant zijn en behoeft niet perse een conserverende of verduurzamende werking te hebben.

Besnijden
In strakke, rechte of gebogen lijn een afscheiding maken tussen twee verflagen van verschillende kleur, of met verf strak schilderen langs gedeelten die niet met verf bedekt worden; b.v. het besnijden van stopverfkanten langs ruiten.

Beton
Bouwmateriaal samengesteld uit grind, zand, cement en water. Naar de samenstelling en de wijze van fabriceren onderscheidt men: gestort beton, getrild of geschokt beton, stampbeton en gasbeton. Is een net- of vlechtwerk van rond staal aangebracht, dan verkrijgt men gewapend beton.

Bindmiddel
Niet-vluchtig bestanddeel van verf, dat de pigmentdeeltjes met elkaar verbindt (regelmatige samenstelling van binden en middel).
In de praktijk wordt veelal het woord bindmiddel gebruikt voor het vloeibare materiaal dat dient om de pigmenten toe een samenhangend en verwerkbaar geheel te binden. Hoewel deze betekenis taalkundig niet als onjuist mag worden beschouwd, bevat dit bindmiddel in de regel ook vluchtige stoffen, die bij droging verdwijnen en dus geen eigenlijk bindende functie verrichten. Ter vermijding van misverstand wordt aanbevolen hier te spreken van bindmiddeloplossing. Stoffen die bij droging niet verdampen, zoals weekmakers e.d., moeten wel tot de bindmiddelen worden gerekend. Dit behoeft dus niet in te houden dat ze als zelfstandige filmvormers geschikt moeten zijn.

Blaar
Met gas en/of vloeistof gevulde uitstulping in een verflaag. Blaren kunnen o.a. worden veroorzaakt door b.v. corrosie van een metalen ondergrond, uitzweting door een poreuze ondergrond enz. Voor schalen van blaarvorming zie ISO 4628.

Bloeden
Zie doorslaan.

Chemische droging
Droging van verven als gevolg van chemische reacties of omzettingen; b.v. droging door opneming van zuurstof, water, of reactie van twee of meer bij elkaar gevoegde bindmiddelen (bij componentenlakken).

Chloorkoolwaterstoffen
Koolstof en waterstof bevattende verbindingen die tevens één of meer chlooratomen bevatten, zoals trichlooretyleen e.a.

Coating
Engelse term voor deklaag, bekledinglaag.

Cohesie
Moleculaire aantrekkingskracht tussen moleculen van dezelfde soort, dus samenhang van één stof.

Condensatie
Vele betekenissen, o.a.:
1. Het verdichten van een gas tot een vloeistof.
2. Chemische reactie, waarbij twee of meer moleculen aan elkaar worden gekoppeld, onder afscheiding van eenvoudige stoffen (vaak water).

Conventioneel
Door de gewoonte voorgeschreven.

Corrosie
Samenvattende naam voor roesten en verweren. Het wegknagen, bijten, oplossen van vaste delen door bijtende middelen. Het aantasten van metalen door zuurstof uit de lucht.

Dekken
Onzichtbaar maken van de kleur van de achtergrond.

Dekverf
Verf, bestemd voor de laatste laag in een systeem.

Dichtheid
Dicht aaneengesloten zijn van delen.

Dispergeren
In de verfindustrie: fijn verdelen van een vaste of vloeibare stof in een vloeistof.

Dispersie
(regelmatige afleiding) De fijne verdeling, verkregen door dispergeren. Verf is dus ook een dispersie; ook bindmiddelen kunnen in dispersievorm worden gebruikt. Dispersies van vloeistof in vloeistof heten ook emulsies, van vaste stof in vloeistof: suspensies. Veelal wordt abusievelijk van emulsieverf gesproken als het bindmiddel een suspensie is. De algemene benaming dispersieverf heeft de voorkeur.

Dompelen
Het van een verflaag voorzien van voorwerpen door ze onder te dompelen in een verfbad.

Doordrogen
Door de gehele massa drogen.
Tegenover doordroging staat oppervlaktedroging.

Doorslaan
Zichtbaar migreren in een verf- of vernislaag vanuit de ondergrond of de onderliggende verflaag.

Drager
Stof die wordt gebruikt als neerslagkern voor pigmenten of kleurstoffen.

Droge verfstof
Poedervormige stof die men in gesuspendeerde of in opgeloste toestand gebruikt wegens haar optische eigenschappen en/of beschermende werking.

Drogen
Het vast (doen) worden van een verf- of vernislaag. Hierbij worden verschillende stadia onderscheiden:
a) Aangezet of aangetrokken;
stadium waarin kwaststrepen niet meer dichtvloeien.
b) Stofdroog;
stadium waarin opwaaiend stof niet meer blijft kleven, zodat het kan worden verwijderd.
c) Kleefvrij;
stadium waarin de laag niet meer kleeft.
d) Duimvast;
stadium waarin door stevig drukken en draaien met de duim geen blijvende verstoring in de film meer kan worden gemaakt.
e) Doorgehard, uitgehard;
stadium waarin de hardheid nagenoeg niet meer verandert.

Effectief
Doeltreffend.

Eiglans
Zie glans.

Elasticiteit
Eigenschap van bepaalde stoffen om na wegvallen van druk- of trekkrachten in oorspronkelijke vorm terug te keren. Dergelijke stoffen zijn elastisch.

Emulsie
Mengsel van twee niet in elkaar oplosbare vloeibare stoffen, waarbij de ene stof als kleine druppels of bolletjes in de andere is verdeeld.
Verfemulsies bevatten in elk geval water.

Esthetica
Schoonheidsleer in verband met het waarnemen van vormen, kleuren en verhoudingen.
Esthetisch wil zeggen aangenaam van vorm, kleur en/of verhouding. Het tegengestelde is onesthetisch.

Etikettering
Voorzien van strookje papier om de aard, naam, inhoud etc. van de inhoud aan te geven.

Etsen
Het met een zuur aantasten, b.v. van metalen of glas.

Fenolen
Groep aromatische verbindingen, afkomstig uit steenkoolteer.

Filler
Engelse term voor (mes)plamuur.

Film
Droge, samenhangende verf- of vernislaag, veelal los van de ondergrond beschouwd.


Filmvormer
Hoofdbestanddeel van het bindmiddel, dat essentieel is voor het tot stand komen van de film.

Fluorescerend
Eigenschap van sommige lichamen dat zij bij opvallend licht zelf licht gaan uitstralen.

Fond
Achtergroep waarop b.v. gedrukt wordt bij het maken van behang.

Fysisch drogend
Op natuurkundige wijze drogend. Verven die uitsluitend drogen door verdamping van oplos- en verdunningsmiddelen, waarbij het bindmiddel niet verandert, noemt met fysisch drogend.

Gebroken wit
Wit waaraan een weinig zwart of eventueel kleur is toegevoegd.

Geforceerd drogen
Drogen bij temperaturen boven kamertemperatuur, tot ca. 65°C. Drogen bij ca. 80°C, zoals bij bepaalde processen gebruikelijk, wordt aangeduid als tachtig-graden-droging.
Geforceerd drogen wordt niet onder het begrip moffelen gerekend.

Geleidelaag
Zeer dunne verflaag die arm aan bindmiddel is en door haar kleur contrasteert met de ondergrond waarop ze wordt aangebracht, met het doel tijdens het afschuren onvolmaaktheden van het oppervlak te doen uitkomen die moeten worden verbeterd, hetzij door bijplamuren, hetzij door een grondiger afschuren.

Gemodificeerd
Van modificeren, dat wil zeggen door het inbouwen van een andere stof veranderen. Gemodificeerde fenolhars is door toevoeging van b.v. natuurhars veranderde fenolhars.

Gepigmenteerd
Bindmiddel of bindmiddeloplossing waarin pigment is verwerkt.

Gereflecteerd
Teruggekaatst; b.v. lichtstraling.

Gestold
Door afkoelen overgegaan van vloeibare in vaste toestand.

Gevaar
De mogelijkheid, de kans dat uit gegeven omstandigheden onheil, ongeluk of nadeel kan voortkomen. In situaties waar gesproken kan worden van een niet aanvaardbaar risico is de dreiging van gevaar aanwezig.

Gevarendriehoek
Een gelijkzijdige driehoek met een rode rand en een open of wit middenveld. De driehoek wordt op de weg of het trottoir geplaatst ter waarschuwing vna automobilisten of passerende voetgangers.
Een driehoek van kleiner formaat wordt onderaan een hangladder gehangen om te attenderen op gevaar van vallende voorwerpen.

Gevarenhekken
Hekken die op het trottoir worden geplaatst teneinde voorbijgangers te dwingen om de gevaarlijke plaats heen te lopen. De hekken worden met elkaar verbonden door een lijn met vlaggetjes, teneinde de gevaarlijke plaats volledig te markeren.

Gipsplamuur
Plamuur gemengd met een beperkte hoeveelheid gipspasta (ter versnelling van de doorharding).

Glans
Visuele indruk van de reflecterende eigenschappen van een oppervlak. Het begrip glans wordt vaak geïdentificeerd met de gespiegelde terugkaatsing, zoals deze kwantitatief kan worden bepaald met reflectiemeters. Gebleken is echter dat dit niet volledig geoorloofd is; op de verklaring wordt hier niet ingegaan.
Op de reflectiemeting is een globale indeling in soorten glas gebaseerd, die als volgt luidt:
Volledig mat tot 10
eiglanzend 10-20
halfmat, halfglanzend 20-45
glanzend 45-75
ster glanzend, hoogglanzend v.a. 75

Glycerol
Driewaardig alcohol, verkregen door verzeping van plantaardige oliën en door oxydatie van propaangas uit aardolie.
Grondstof voor o.a. alkydharsen, harsester e.a.

Gronden
Een grondlaag aanbrengen, in de grondverf zetten.

Grondlak of –verf
Onderdeel van een lak-, verf- of vernissysteem bestemt om na korte of langere tijd door een volgend laag te worden afgelakt.

Halfmat
Zie glans.

Hars
Vast, halfvast organisch materiaal, te gebruiken als bindmiddel, onder te verdelen in: natuurhars, kunsthars, gemodificeerde hars.

Hechting
Zie adhesie.

Heilige dag
Praktijkterm voor plaats waar de verflaag de ondergrond niet bedekt.

Hoogte
Hoogte in het kader van werken met klim- en steigermateriaal is de afstand tussen de werkvloer (op ladders het steunpunt van de voeten) en de begane grond.
Op grond van art. 126 VBF is een veilige hoogte het werken op een werkvloerhoogte van 2,5 meter. Daarboven moet het gevaar van vallen van een hoogte worden tegengegaan door het aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen of dergelijke.

Hulpstof
Stof die in kleine hoeveelheden wordt toegevoegd om de bereidingswijze en/of bepaalde eigenschappen van de verf te verbeteren.

Hygroscopisch
Wateraantrekkend. De meeste pigmenten en vulstoffen zijn meer of minder hygroscopisch en klonteren daardoor bij bewaren samen.

Impregneren
Poreuze stoffen doordrenken met een product dat verdicht, waterwerend of soms minder brandbaar maakt.

Indicator
Hulpmiddel om te bepalen of een vloeistof of bouwstof alkalisch, zuur of neutraal is; b.v. indicatorpapier/lakmoespapier.

Isoleren
Afzonderen of afsluiten. Het door aanbrengen van een dichte laag verhinderen van bloeden of doorslaan van kleurstoffen. Men kan ook elektriciteit isoleren.

Jeugdige personen
Op grond van het Arbeidsbesluit Jeugdigen zijn jeugdige personen, personen die de leeftijd van 18 nog niet hebben bereikt.
Zij mogen niet op mechanisch of met de hand aangedreven hangsteigers werken, tenzij in het kader van een wettelijke beroepsopleiding en onder leiding en toezicht van een deskundig en ouder persoon.

Kleurafneemvermogen
Vermogen van een wit pigment om de kleur van een gekleurd pigment te verzwakken.

Kleurkracht
(= kleurvermogen) Vermogen om wit, grijs, zwart of een kleur te veranderen.

Kleurstof
Organische stof die men gebruikt om haar vermogen tot kleurgeving.

Kleurtoon
Eigenschap van kleurindruk, die wordt aangegeven met de namen rood, geel, groen, blauw, purper of een combinatie van deze namen.

Koolstof
Van een element aangeduid als C van carbonium.

Koolwaterstoffen
Reeks stoffen waarvan de moleculen uitsluitend bestaan uit atomen koolstof en waterstof. Bekende producten: butaan en propaan (gassen),
benzine, terpentine, tolueen (vluchtige vloeistoffen),
smeerolien, smeervetten, paraffine, vaseline.

Kralen
Onovergankelijk; van een verf- of vernislaag. Zich samentrekken tot druppeltjes; parelen.

Krijt (wit)
Wit pigment (versnijdingsmiddel) dat hoofdzakelijk uit calcuimcarbonaat bestaat.

Krijten
Het afpoederen van een verflaag.
Afkrijten = krijten.
Het woord afpoederen wordt in het algemeen aanbevolen. Krijten zegt men bij voorkeur alleen van witte verflagen.

Kunsthars
Synthetisch product (polymeer) waarvan gebruiksvoorwerpen geperst worden voor fenolharsen en voor verfstoffen.

Kunststof
Materiaal dat als belangrijk bestanddeel een macromoleculaire stof bevat en dat in een ander stadium van zijn verwerking tot eindproduct door vloeien kan worden gevormd.

Laagdikte
Dikte van een laag verf.
Men onderscheidt natte en droge laagdikte. De laagdikte wordt aangegeven in micrometers (0,001 mm).

Lak
Vernis (blanke lak).
Afkorting voor lakverf.
Afkorting van namen voor enkelvoudige of voor samengestelde producten zoals zegellak, schellak.

Lakemulsieplamuur
Plamuur die een lak, meestal van alkydhars, als bindmiddel bevat en waarin ook water is verwerkt, zodat het een emulsie is.

Lakverf
Verf met een vernis als bindmiddel.

Lambrisering
Onderste gedeelte van binnenmuren dat bekleed is met hout of andere wandbekledingmaterialen of met verfproducten.

Latex
Melksap uit rubberbomen, waaruit rubber wordt gewonnen.
Het is onjuist om andere soorten emulsie (dispersie-) bindmiddelen als latex te betitelen.

Lichtbalk
Een balk met achter- en remlichten en richtingaanwijzers, geplaatst op het uiterste einde van een naar achteren uitstekende lading.

Lichtvast
Het niet onder invloed van licht van kleur veranderen.

Lijnolie, rauw
Olie verkregen uit rijp lijnzaad.

Loog
Logen, basen of hydroxiden zijn min of meer bijtende stoffen die plantaardige en dierlijke vetten kunnen binden.

MAC-waarde
(MAC = maximum allowable concentration, maximale aanvaarde concentratie)
De maximale aanvaarde concentratie van een gas, nevel of van stof die concentratie in de lucht op de werkplek, die, voorzover de huidige kennis reikt, bij herhaalde expositie ook gedurende een langere tot zelfs een arbeidsleven omvattende periode, in het algemeen de gezondheid van zowel de werknemers als ook hun nageslacht niet benadeelt.

Macro
Groot.
Marcomoleculen zijn grote, uit duizenden atomen bestaande organische stoffen, b.v. voor kunstharsen, cellulose, rubber e.d.
Tegenovergesteld is micro (klein).

Mager
Aanduiding voor verven, vernissen en bindmiddelen met laag oliegehalte.

Markeringsbord
Bord dat op de grond van het wegenverkeersregelement moet worden gehangen aan het uiterste einde van een aan de achterzijde uitstekende lange lading. Maten 50 x 50 cm; diagonaal gestreept met banden van 7,5 cm, van rode reflecterende verf; de middelste streep moet gelijk lopen met de diagonaal van het bord.

Marliseverf

Marliseverf.com: Persoonlijke interieur decoratie met exclusieve design verven

Mat
Zie glans.

Matpoeder
Poedervormige hulpstof in de verf of vernis, gebruikt om de laag een mat uiterlijk te geven.

Matteren
Mat maken.

Mechanische invloeden
Inwerking op verflagen; b.v. stoten, krassen, rek en afslijten.

Methylcellulosse
Een in water oplosbaar celluloseproduct dat wordt verkregen door behandeling van cellulose.

Micro
Klein.

Micrometer
10-6 ofwel 0,001 mm of 0,000001 m.
Maateenheid die o.a. wordt gebruikt in verband met deeltjesgrootte van pigmenten, vulstoffen en laagdikte van verflagen.

Migreren
Overgaan naar een andere verflaag.
Uittreden uit een verflaag.
Zich verplaatsen binnen een verflaag.

Milieu
Het geheel der natuurlijke, maatschappelijke en kulturele omgeving.

Moffelen
Vorm van een vaste laag bij verhoogde temperatuur, gewoonlijk boven 65◦C, in het bijzonder door gebruikmaking van een oven of een daarmee gelijk te stellen warmtebron.

Molecuul
Moleculen; kleinste deeltje van een stof dat nog de eigenschappen van die stof heeft. Moleculen bestaan uit atomen.

Monochroom
Een kleur.

Nakleven
Verschijnsel dat een geverfd oppervlak, nadat dit reeds kleefvrij is geweest, weer kleverigheid vertoont.

Niet-vluchtige bestanddelen
Rest die achterblijft nadat het monster bij de voorgeschreven temperaturen gedurende de voorgeschreven tijd is verhit.

Normbladen NNI
Bladen van het Nederlands Normalisatie Instituut ter uniformering en normering van eisen, maten, kwaliteit etc. van materialen en produkten. Het NNI heeft als doel als centrale instantie in Nederland de normalisatie-akiviteit te verrichten en te bevorderen in het bevorderen in het belang van doelmatigheid in het internationaal en nationaal verkeer.

Olielak, -verf, -vernis
Lak (verf, vermis) waarvan het bindmiddel als kenmerkend bestanddeel een drogende olie bevat.

Omtrek
De buitenlijn; 2 x lengte + 2 x breedte.

Onderhoudsverf
Verf bestemd voor onderhoud of reparatie van bestaand verfwerk.

Opdrijven
(gezegd van pigmenten in een verflaag).
Het gelijkmatig naar het oppervlak komen van pigmenten, waardoor een, eveneens gelijkmatige verkleuring wordt veroorzaakt.

Oplosmiddel
Enkelvoudige of uit meer komponent(en) bestaande vloeistof die het bindmiddel van verf (vernis) kan oplossen en die na het opbrengen van de laag ontwijkt.

Oplossen
Het zich als afzonderlijke moleculen verdelen van een vaste of vloeibare stof (soms gas) in een vloeistof.

Opnameblad
Een blad te hanteren bij de opname van hoeveelheden m² en m¹ schilder-, behang- en glaswerk, en voor vermelding van de toestand van het werk. Achterzijde te gebruiken voor notities met betrekking tot het toe te passen materiaal en materieel.

Oppervlakte
Alle zijvlakken samen; lengte x breedte.

Optisch
Van optica, leer van de wetten van het zien en van het licht. Optische eigenschappen van vervenen verflagen zijn: dekvermogen, transparant zijn (doorzichtigheid), gekleurd, wit, grijs of zwart uiterlijk, soort glans.

Opwerken
Het zichtbaar aangetast worden van een verflaag door een daarop aangebrachte verf. Een bindmiddel of oplosmiddel aan een pigment toevoegen.

Organisch
Van planten of dieren afkomstig.
Koolstofverbindingen of stoffen waarin atomen van het element koolstof de voornaamste plaats innemen en met elkaar verbindingen vormen.

Overgrondverf
Verf bestemd om over een grondverf- resp. plamuurlaag te worden aangebracht voordat wordt afgeschilderd.
Een overgrondverf houd meestal het middel tussen een grondverf en een afschilderverf. Als overgrondverf wordt soms de grondverf gebruikt. Een overgrondverf die in karakter direct bij een afschilderverf (aflak) ligt, wordt ook wel voorlak genoemd.

Pasteltint
Van wit afgeleide kleur.

Pigment
Poedervormige stof die men in gesuspendeerde toestand gebruikt ter wille van haar optische eigenschappen en/of beschermende werking.

Pigmentkleurstof
Kleurstof die als pigment bruikbaar is.

Plamuur
Plastische massa, gebruikt voor het vullen (glad maken) van een te schilderen oppervlak.

Plasticiteit
Eigenschap om door inwerking van krachten van vorm te veranderen en die vorm te behouden. Producten als stopverf, plamuur, reliëfpasta (zgn. plastiek) en bepaalde (goedkope) soorten welpasta bezitten een zekere plasticiteit.

Pneumatisch
(van pneu = lucht) Op persluchtwerkend; b.v. pneumatische schuurmachines, ontroestingsapparaten en airless spuitinstallatie.

Polychroom
Meerder kleuren.

Polymerisatie
Proces waarbij uit kleine moleculen van een stof grote moleculen worden gevormd, met het kenmerkende dat op de zich verbindende plaatsen geen stoffen worden opgenomen.

Potlife
Engelse term voor de tijd gedurende welke een gemenge meercomponentenlak kan worden verwerkt; verwerkbaarheidsduur.

Preventief
Voorkomend; maatregel die leidt tot voorkoming van iets dat ongewenst is.

Primair
Op de eerste plaats.

Primer
Engelse benaming voor grondverf.

Publikatiebladen van de Arbeidsinspektie
Bladen (geschriften) waarin wettelijke voorschriten etc. op begrijpelijker wijze zijn verwoord en van illustraties voorzien.
De bladen zijn verkrijgbaar bij het Directoraal-Generaal van de Arbeid en bij de distriktskatoren van de Arbeidsinspektie.

Reageren
Het op elkaar inwerken en het zich verbinden van stoffen.

Reactielak
Lak die droogt door een chemische reactie tussen twee of meer komponenten, die meestal voor het gebruikt moeten worden gemengd.

Reinigen
Ontdoen van een de oppervlakte hechtend vuil of andere ongewenste stoffen.

Rendement
Gemiddelde oppervlakte die met 1 liter of 1 kg verf bedekt. Al naar de wijze van verwerking spreekt men van uitstrijkrendement, spuitrendement enz. Het rendement is de reciproke waarde van het gemiddelde verfverbruik.

RV
Relatieve vochtigheid.

Roest
Omzettingsproduct van ijzer en staal door verbinding van ijzer met zuurstof en tevens waterstof en water.

Roterend
Zich in cirkelvormige banen bewegend; b.v. bij gebruik van roterende machines of staalborstels.

Schiften
Het zichtbaar uiteengaan van vloeibare bestanddelen of van pigmenten.

Schroeien
Niet gewenst rimpelen bij het drogen.

Siccatief
Stof, in het algemeen een organische metaalverbinding, die men op zichzelf of in oplossing toevoegt aan een oliehoudende verf, vernis of plamuur ter versnelling van de oxidatieve droging.

Slijpen
Gladschuren, in het bijzonder met gebruik van water of terpentine.

Staal
IJzer net een bepaald gehalte koolstof dat smeedbaar is.

Standolie
Door sterke verhitting verdikte drogende olie.

Stofdroog
Zie drogen.

Stoken
Methode voor her bereiden van vernis, standolie enz., waarbij wordt verhit.

Stoppen
Het vullen van gaten, naden en grove oneffenheden met stofverf.

Stopverf
Stijvende kit om o.a. ramen aan te stoppen.

Surfacer
Engelse benaming voor spuitplamuur.

Synthese
Kunstmatig fabriceren van organische stoffen of koolstofverbindingen; b.v. synthetische harsen, synthetisch rubber, diamant, carborundum.

Synthetische lak, verf, vernis
Niet verantwoorde termen voor lak, verf of vernis, bereid met synthetische hars. In het bijzonder verdient het afkeuring, hiermee uitsluitend ftalaatharsproducten aan te duiden.

Systeem
Stelsel, complex, geschikt volgend een ordenend beginsel.

Talk
Speksteenpoeder. Een magnesiumsilicaat H2Mg3(SiO3)4 dat water in het molecule gebonden bevat.
Schilferig en glad aanvoelend poeder.

Terpentine
Aardolie destillaat gebruikt als oplosmiddel voor verven en lakken.

Thermisch
(van thermisch = warm) Thermometer is warmtemeter. Thermische beveiling bij elektrische installaties, werkt doordat bij te hoge temperatuur de stroomtoevoer wordt uitgeschakeld.

Thermohardend
Na verhitting niet vervormbaar.

Thermoplastisch
Na verhitting wel vervormbaar.

Thinner
Engelse benaming voor verdunning. In de schilderspraktijk ten onrechte gebruikt voor celluloseverdunning.

Thixotropie
Vorm van struktuurviscositeit waarbij de vloeistof (ook verf) na roeren of schudden dunner is, doch na enige tijd weer zijn oorspronkelijke konstruktuie herkrijgt.

Uitharden
Zie drogen.

Ultraviolette straling
Voor ons oog onzichtbaar, maar door hun chemische en natuurkundige werking merkbaar.

Vaccuum
Het ledige.
In de natuurkundige een luchtledige of een ruimte met vertraagde luchtdruk.

Veegvast
Verflaag die bij droog afvegen niet afgeeft.
Veegvaste muurverf is een eenvoudige lijmverf met methylcellulose of een andere wateroplosbare lijm als bindmiddel.

Veiligheidsbesluit Fabrieken of Werkplaatsen
Koninklijk Besluit van 19 november 1938 Stbl. 872 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de art. 6 en 7 van de Veiligheidswet 1934. Nadien diverse keren gewijzigd en aangevuld.

Veiligheidshelm
Veiligheidshelmen en –petten dienen ter bescherming van het hoofd. Ze worden in hoofdzaak in kunststof uitgevoerd en zijn in verschillende modellen verkrijgbaar.
Het in de pet of helm aanwezig binnenwerk, dat een eventuele stoot moet opvangen, moet op hoofdmaat instelbaar zijn en goed om het hoofd passen. Het binnenwerk moet zijn voorzien van een verstelbare achterhoofdband, die dient om bij het dragen de stabiliteit van de pet of helm te verhogen. Bij harde wind of bij werkzaamheden waarbij men zich regelmatig achter- en voorover moet buigen, kan bovendien een kinband zijn nut bewijzen.

Veiligheidsinstituut
Het veiligheidsinstituut houdt zich met betrekking tot de ongevallenpreventie en het voorkomen van beroepsziekten bezig met voorlichten, adviseren, instrueren, opleiden, documenteren, onderzoek, keuren etc. ten behoeve van het bedrijfsleven. Daarnaast houdt het instituut zich bezig met de bevordering van de veiligheid in de privésfeer.

Veiligheidsschoenen
Lage of hoge schoenen of laarzen met gehard stalen neuzen. Zolen met slipweerstand door blokprofiel, naar keuze met stalen tussenzool. Hoge schoenen zijn uitgevoerd met enkel- en achillespeesbescherming.

Veiligheidswet
Wet van 2 juli 1934 Stbl. 352, houdende bepalingen tot beveiliging bij de arbeid in het algemeen en bij het verblijven in fabrieken of werkplaatsen in het bijzonder. Nadien diverse keren gewijzigd en aangevuld. Op grond van art. 3 lid 1 f worden onder fabrieken of werkplaatsen tevens verstaan: gebouwen, bouw- , grond-, waterwerken, ondergrondse leidingen en wegen, welke in aanbouw, aanleg, verbouwing, herstelling of sloping zijn of voor zover daaraan onderhoudswerkzaamheden worden verricht.
Onder 1: vaartuigen welke in aanbouw, verbouwing, herstelling of sloping zijn, of waaraan onderhouds- of reinigingswerkzaamheden worden verricht, dan wel waarop of waaraan hiermede verband houdende andere werkzaamheden worden verricht.
Onder 0: praktijklokalen van onderwijsinrichtingen.

Verdikkingsmiddel
Middel dat in verven of verfproducten wordt gebruikt als hulpstof voor het sterk verhogen van de viscositeit.

Verdunning
1. Het verdunnen.
2. Graad van verdundheid (kwalitatief omgekeerd evenredig aan concentratie).
3. Verdunningsmiddel (ook in samenstellingen, zoals spuitverdunning, kwastverdunning enz.)

Verdunningsmiddel
Meestal is een verdunningsmiddel tevens oplosmiddel voor het bindmiddel. Het komt echter voor, dat men oplossingen van bindmiddelen (b.v. nitrocellulose) kan verdunnen met stoffen, die op zichzelf geen oplosmiddel zouden zijn. Een verdunningsmiddel kan eenvoudig zijn of samengesteld uit twee of meer bestanddelen.

Verduurzamen
Preventief beschermen van hout tegen aantasting door schimmels en/of insecten (regelmatige samenstelling).

Verf
Vloeibaar, pasteus of poedervormig, pgiment bevattend product, bestemd om in dunne lagen op voorwerpen te worden aangebracht, waarop het door een filmvormingsproces overgaat in een vaste laag die dient voor verfraaiing en/of bescherming en soms voor speciale doeleinden. Onder dunne lagen worden verstaan lagen tot 1 mm dik (na droging). Speciale doeleinden kunnen b.v. zijn isolatie, signalering enz. Ook (lak)verven in poedervorm vallen onder deze definitie, evenals verfpoeders die tot tabletten zijn samengeperst.

Verffilm
Gedroogde verflaag los van de ondergrond.

Verflaag
Gedroogde verf in normale dikte op een ondergrond aanwezig.

Verfproduct
Verven, vernissen, halffabrikaten, hulpstoffen en producten die in samenstelling en/of toepassing verwant zijn aan verf, of die in combinatie met verf worden gebruikt.
Onder deze definitie vallen o.a. pastaverven, kleurpasta’s, welpasta’s, plamuren, stopverven, beglazingskitten, sierpleisters, verfverharders, siccatieven, bewerkte drogende en niet-drogende oliën, beitsen, houtverduurzamingsmiddelen, voegkitten, verfafbijtmiddelen, vulmassa’s verdunners, lithografische vernissen, wegmarkeermaterialen.

Verf-, en vernissysteem
Geheel van op elkaar volgende lagen.

Verharder
Component die de verknoping teweeg brengt bij een reaktielak en dergelijke. Bij verven en vernissen is de verharder altijd ongepigmenteerd. Katalysator voor (poly)condensatiehars (b.v. fenol- of ureumhars), waardoor een uit zichzelf niet-drogende of slecht-drogende verf of vernis snel hard wordt. Sneldrogende vernis die, aan verf toegevoegd, de doorharing bevordert (= verhardingsvernis).

Vernis
Vloeibaar of poedervormig, doorschijnend product, bestemd om in dunne lagen of voorwerpen te worden aangebracht, waarop het door een filmvormingsproces overgaat in een vaste laag die dient voor verfraaiing en/of bescherming en soms voor speciale doeleinden.

Verouderen
Overgankelijk: blootstellen van een materiaal aan de inwerking van een milieu. Onovergankelijk: veranderen van eigenschappen van een materiaal door bloodstelling aan de inwerking van een milieu.

Vet
1. Met hoog oliegehalte
2. Wordt gezegd van een ondergrond die verontreinigd is door vette bestanddelen.

Vetzuren
Bestanddelen die, gebonden aan glycerol, de oliemoleculen in plantaardige oliën vormen.
Men onderscheidt twee hoofdgroepen in de vetzuren:
1. onverzadigde die drogende oliën geven.
2. verzadigde die niet-drogende oliën geven.

Viscositeit
Graad van vloeibaarheid van stoffen; o.a. verf of verfproducten.

Vlampunt
Laagste temperatuur waarbij de damp, ontwikkeld boven het te onderzoeken monster in een gesloten vat, onder de proefomstandigheden bij aanraking met lucht een ontvlambaar mengsel vormt.

Vloeiing
Het vloeien.

Vluchtige bestanddelen
Bestanddelen die ontwijken indien het monster bij de voorgeschreven temperatuur gedurende de voorgeschreven tijd wordt verhit.

Vochtregulerend
Vooral gebruikt in verband met buitengrondverven en andere verven voor hout voor geveltimmerwerk waaraan men de eigenschap toeschrijft gemakkelijk van binnen aandringend water door te laten en water uit de buitenatmosfeer niet zo gemakkelijk op te nemen.

Volumeprocenten
Inhoudspercentage.

Voorbehandeling
Verf/lak, bestemd om vóór de laatste (aflak) te worden aangebracht.

Vullen
Het volmaken van poriën en kleine oneffenheden. Het vermogen van verven, plamuren enz. om oneffenheden van de ondergrond zichtbaar te maken.

Vulstof
Poedervormige, anorganische, witte of zwak gekleurde stof die op zichzelf nagenoeg geen dekkracht heeft en die naast pigmenten worden gebruikt om aan verf bepaalde eigenschappen te geven.

Waarschuwingshekken
Zie gevarenhekken.
Een waarschuwingshek kan tevens zijn uitgevoerd met een waarschuwingsbord ‘Pas op verfspatten’ o.d.

Wasbaar
Met behulp van water en eenvoudige schoonmaakmiddelen schoon te maken zijn. Muurverven waarvan de lagen deze eigenschappen bezitten, noemt men wasbare muurverven.

Waterproof
Watervast of bestand tegen water.

Weekmaker
Deel van het bindmiddel, dat wordt gebruikt ter verhoging van de rekbaarheid van de verf- of vernislaag en dat bij droging als zodanig aanwezig blijft.

Weervast
Tegen weersinvloeden bestand.

Wegschieten
Wegslaan
Wegzakken
Wegzinken
Het gedeeltelijk absorberen van een verflaag door de ondergrond
(meestal zichtbaar in de vorm van plaatselijke glansverschillen).

White spirit
Engelse term voor terpentine.

Zakker
Plaatselijke verdikking in een verflaag, ontstaan door zakken van deze verf, tijdens droging in verticale of schuine stand.

Zouten
Verbindingen ontstaan door vervanging van één of meer waterstofatomen van een zuur. Zouten ontstaan volgens de chemische reaktie: base of loog plus zuur geeft zout plus water.

Zuren
Verbindingen die waterstofatomen kunnen afsplitsen. In het algemeen verbindingen die bestaan uit één of enkele waterstofatomen die zijn gebonden aan één ander element of eenvoudige verbindingen die geen metaalatomen bevatten.
Bekende sterke zuren zijn zoutzuur HC1, zwavelzuur H2SO4 en salpeterzuur HNO3.

Neem contact op met Wijzonol:
038 - 429 11 00

bereikbaar op ma t/m vr, van 08:00-17:00

Of ga naar het contactformulier

Vind uw Wijzonol leverancier

Weerbericht

weersverwachting