De laagdikte van een verflaag lijkt misschien een detail, maar het bepaalt alles: bescherming, uitstraling en levensduur. Te dun? Dan mist je verf zijn kracht. Te dik? Dan krijg je zakkers en slechte droging. In deze blog ontdek je waarom de juiste laagdikte cruciaal is, hoe je deze kunt meten en welke stappen je volgt om foutloos de juiste laagdikte aan te brengen.
Waarom is laagdikte meten zo belangrijk?
De juiste laagdikte bepaalt dekking, duurzaamheid en uitstraling. Werk met een doel: kies per toepassing de juiste natte laagdikte, controleer de droge laagdikte en meten wordt een standaard onderdeel van je verfklus. Gebruik eenvoudige apparatuur (kam, wieltje, elektronische meter), let op de oppervlakteruwheid en voorkom zakkers door het correct aanbrengen van de verf.Waarom laagdikte telt
Elke verflaag heeft een functie: beschermen, hechten, mooi afwerken. De laagdikte beïnvloedt al deze eigenschappen. Een te dunne laag schilderen geeft onvoldoende dekking, bescherming en duurzaamheid. Een te dikke laag verf vertraagt de droging en kan gaan scheuren. Daarom is het essentieel om te werken volgens de voorgeschreven laagdikte van de verf die je gebruikt en dit vervolgens te controleren met een meting.
Kort gezegd:- Te dun: onvoldoende bescherming en hechting
- Te dik: risico op zakkers, langere droogtijd
Wat bedoelen we met natte en droge laagdikte?
- Natte laagdikte (WFT): direct na het aanbrengen vaststellen
- Droge laagdikte (DFT): wat overblijft na droging/uitharding.
De droge laag is altijd dunner dan de natte laag. Het verschil wordt bepaald door het vaste‑stofgehalte (volume solids) van de verf. Wil je weten wat er van je natte laagdikte overblijft? Dan geldt deze berekening:
DFT ≈ WFT × (volume solids in %). Voorbeeld: bij 47% solids geeft 100 µm nat ongeveer 47 µm droog.
Hoe meet je laagdikte?
- Natte laagdikte: gebruik een laagdiktekam of wieltje. Druk de kam verticaal in de verse verf; de waarde ligt tussen de laatste natte en eerste droge tand. Een wieltje rol je door de natte film en lees je af.
- Droge laagdikte: na droging de aangebrachte laagdikte meten met een elektronische meter of via verbruik per m² berekenen of je genoeg verf hebt gebruikt.
Waarom dit loont: meten tijdens het aanbrengen van de verf geeft direct feedback, zodat je kunt bijsturen vóór de verf droog is. Dat voorkomt extra werk, extra kosten en onregelmatigheden in je verfwerk.
Tip: meet op meerdere punten en noteer de meetresultaten. Zo voorkom je gokwerk. Geen meetapparatuur tot je beschikking? Leen er een bij een verkooppunt bij jou in de buurt en zorg dat je het verbruik dat op de verpakking vermeld staat haalt.
Hoe meet je de natte laagdikte tijdens het schilderen?
De natte laagdikte meet je direct na het aanbrengen van de verf. Dit is het moment waarop je nog kunt corrigeren. Gebruik hiervoor een laagdiktekam of een wieltje.
- Laagdiktekam: druk in de natte verflaag; de eerste droge en laatste natte tand geven de waarde.
- Wieltje: rol door de verf en lees de meting af.
Tip: verdeel de verf gelijkmatig. Liever twee dunne lagen dan één te dik. Zo voorkom je oneffenheden en krijg je een strakke afwerking.
Hoe bepaal je de droge laagdikte na droging?
Na droging blijft er minder over dan je hebt aangebracht. Dat komt door verdamping van oplosmiddelen of water. Hoeveel krimp optreedt, hangt af van het aandeel vaste stof in de verf. Watergedragen producten verliezen meer volume dan oplosmiddelhoudende verf.
Controleer altijd de droge laagdikte met een elektronische meter of door verbruik per m² te berekenen.
Laagdikte meten: hoe doe je dat?
Bij droge systemen meet je met een elektronische meter. Op metaal en aluminium werkt dit met een magnetische veld of wervelstroom. Bij niet geleidende coatings gebruik je een meter met een permanente magneet of een destructieve test. Belangrijk voor nauwkeurigheid:- Kalibreer je instrument.
- Meet op een vlakke ondergrond.
- Neem meerdere meetwaarden en noteer de meetresultaten indien nodig.
Juiste laagdikte: de sleutel tot kwaliteit
De juiste laagdikte is afhankelijk van het systeem en de ondergrond. Lees altijd het productinformatieblad voor je begint met schilderen. Houd rekening met:- Oppervlakteruwheid: ruwe ondergronden vragen meer verf.
- Toepassing: buitenwerk vraagt vaak een hogere dikte voor extra duurzaamheid.
- Vergelijking: check of je aangebrachte laagdikte overeenkomt met de norm.
- Voorbereiden: reinig, schuur en verwijder stof.
- Aanbrengen: verdeel gelijkmatig, kruislinks rollen.
- Testen en meten: controleer de natte laagdikte vrijwel direct.
- Droging: respecteer tijden, voorkom beschadigen.
- Controle: meet de droge laagdikte na uitharding.
- Tweede laag: indien nodig voor de juiste dikte.
- Loggen: noteer nauwkeurig alle resultaten voor garantie en kwaliteit.
Richtlijnen: welke laagdikte gebruik je?
Dit is afhankelijk van de verf die je gebruikt. Het aanbrengen van de juiste verflaagdikte is van belang om de prestaties van de verf te kunnen waarmaken. Verf die in een te hoge laagdikte wordt aangebracht zorgt voor een langere droogtijd. Belangrijk: waarden verschillen per product en applicatiemethode. Raadpleeg altijd het productinformatieblad van de verffabrikant. Hieronder vind je een overzicht van de meest voorkomende aanbevolen laagdiktes in micron (µm):*| Verfsoort | Natte laagdikte (µm – micron) | Droge laagdikte (µm – micron) | Aantal lagen |
|---|---|---|---|
| Lak op waterbasis | 90-110 | 30-40 | 2 |
| Lak op terpentinebasis | 60-80 | 35-50 | 1-2 |
| Primer – Grondverf | 80-100 | 30-40 | 1-2 |
| Buitenlak Hoogglans | 70-90 | 40-50 | 2 |
| Muurverf Binnen | 150-250 | 50-100 | 1-2 |
| Muurverf Buiten | 180-300 | 60-120 | 2 |
| Beits Transparant | 60-80 | 20-30 | 2-3 |
| Beits Dekkend | 80-100 | 30-40 | 2 |
Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt
Veel schilders maken dezelfde fouten. Hier is hoe je ze oplost:
- Te dik aangebracht → kans op zakkers en slechte droging.
Oplossing: dunner werken, beter verdelen, direct een meting doen - Te dun → onvoldoende bescherming en hechting.
Oplossing: extra laag toevoegen volgens het schema. - Geen meting → gokwerk en risico op faalkosten.
Oplossing: gebruik een laagdiktekam of elektronische meter
Hoe zorg je voor de juiste laagdikte bij elk schilderproject?
- Voorbereiding:
Ondergrond schoon, ontvet en stof verwijderd.
Juiste primer gekozen voor een goede basis. - Aanbrengen:
Gebruik de juiste roller of kwast voor het product.
Werk nat-in-nat en verdeel gelijkmatig. - Meten tijdens het schilderen:
Controleer de laagdikte van de natte verflaag direct met een laagdiktekam of wieltje. - Droging en controle:
Respecteer droogtijden volgens productinformatie.
Meet de droge laagdikte met een elektronische meter (metaal/aluminium) of bereken via verbruik. - Corrigeren:
Vergelijk meetwaarden met de voorgeschreven laagdikte.
Voeg indien nodig een extra laag toe
Conclusie: De juiste laagdikte is geen detail, maar een kwaliteitsgarantie. Door slim te meten, de verf correct aan te brengen en de droge laagdikte te controleren, lever je schilderwerk dat lang meegaat, waarvan alle eigenschappen van de verf optimaal benut worden en je schilderwerk er perfect uitziet.
Wil je zeker weten dat je de juiste verf en laagdikte gebruikt? Bezoek een van onze verkooppunten voor persoonlijk advies of neem contact met ons op voor meer informatie.
FAQ - Veelgestelde vragen over laagdikte
Ja, als de ondergrond al eerder geschilderd is in een vergelijkbare kleur wel. Ga je nieuwe muren verven dan is het mooier om minimaal 2 lagen aan te brengen.
Het borgt bescherming, hechting en duurzaamheid van de verflaag en voorkomt onnodig herstelwerk.
Dit is afhankelijk van de verf die je gebruikt. Het aanbrengen van de juiste verflaagdikte is van belang om de prestaties van de verf te kunnen waarmaken.
Gebruik hiervoor een laagdiktekam of laagdiktewieltje. Druk de kam verticaal in de verse verf; de waarde ligt tussen de laatste natte en eerste droge tand. Een wieltje rol je door de natte film en lees je af.
Controleer altijd de droge laagdikte met een elektronische meter of door het verbruik per m² te berekenen.


