Meest voorkomende problemen bij schilderwerk in het algemeen

Blaasvorming van verflagen kort na applicatie (45%)

Oorzaak:
Blaasvorming wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren:

  • Een niet gevulde ondergrond; bijvoorbeeld grofporig meranti met poriën die lucht bevatten. Zelfs al zijn er grond- en eindlagen aangebracht, dan nog kunnen poriën niet ‘dichtgeschilderd’ zijn.
  • De weersomstandigheden; vooral een groot verschil tussen de nacht- en dagtemperatuur, luchtvochtigheidin combinatie met zon en wind.
  • Een hoogwaardig verftype met een hoog vaste stofgehalte.

Wat gebeurt er?
De lucht in de poriën zet uit en komt door de verflaag naar buiten, de verflaag is aan hetoppervlak aangedroogd en er vormt zich een blaasje. Dit gaat na enige tijd stuk en er blijft een kratertje zichtbaar, wat een voornamelijk esthetisch storend effect heeft.

Hoe te handelen:
Om dit zoveel mogelijk te voorkomen adviseren wij:

  • Het afschilderen in de volle zon of op kort na het schilderen door zon belaste delen vermijden.
  • Wind zorgt tijdens en na de applicatie voor een snelle oppervlaktedroging. Houdt hier rekening mee.
  • De verf na enige tijd nogmaals plaatselijk doorstrijken (indien mogelijk).
  • Voorlakken/overgronden met LBH Grondlak HV. Deze dekt door een betere vulling de poriën sneller af dan een reguliere grondverf en is door zijn bindmiddel/vulstofverhouding niet gevoelig voor het ontstaan van blaasjes.
  • De LBH 4SO Hoogglans is een aflak die, door zijn specifieke drogingtraject, minder gevoelig is voor het ontstaan van blaasjes.

Niet snel genoeg kunnen sluiten van draaiende delen door droging verflagen (37%) Trage droging alkydharsverf (36%)

Oorzaak:
Een langere kleefvrijtijd door een tragere droging, vanwege een hoger vaste stofgehalte en een lager gehalte aan oplos- en verdunningsmiddelen, van de zgn. ‘2010 alkydverven’. Ook spelen de temperatuur, vochtigheid en verflaagdikte tijdens en na de applicatie een grote rol. Een lage temperatuur en/of vochtigheid en/of hogere verflaagdikte verlengen het drogingtraject aanmerkelijk.

Wat gebeurt er?
Een alkydverf droogt door verdamping van oplos- en verdunningsmiddelen en de reactie met zuurstof. De eerste fase van droging wordt veroorzaakt door de verdamping van de oplos- en verdunningsmiddelen en de tweede fase door de reactie met zuurstof. Deze laatste is vele malen trager dan de verdampingsfase. De zgn. ‘2010 verven’ bevatten veel minder oplos- en verdunningsmiddel die kunnen verdampen en meer vaste stof, die moet drogen door de reactie met zuurstof met als gevolg een langere kleefvrijtijd en doordroging.

Hoe te handelen:
Om naar binnen draaiende ramen en deuren tijdig te kunnen sluiten adviseren wij:

  • Verwerk de verven bij de voorgeschreven temperaturen en vochtigheid en in de juiste laagdikte.
  • LBH 4SO Hoogglans, LBH 4SO Zijdeglans en LBH 4SO Grondlak hebben een ander drogingtraject dan andere LBH en oplosmiddelhoudende Wijzonol verven.
  • Door de samenstelling van deze verven is de kleefvrijtijd korter en de doordroging sneller.